← Leer oplossingsstrategieën

Verbaal Redeneren Oefenvragen met Antwoorden

Oefen met 30 voorbeeldvragen gerangschikt op moeilijkheid. Klik op “Antwoord Tonen” om het juiste antwoord en de uitleg te zien.

Begin met Oefenen

Makkelijk

Makkelijk #1
A. gedicht
B. recept
C. film
D. mijn

Antwoord: C

Uitleg:

Relatie: Het eerste woord is een deel van het tweede (deel-geheel)

noot → melodie
scène → film

noot is een onderdeel van melodie, net als scène een onderdeel van film.
Makkelijk #2
A. vis
B. wetenschap
C. vogel
D. boerderij

Antwoord: B

Uitleg:

Relatie: Het eerste woord is een specifiek voorbeeld van het tweede (categorie)

mus → vogel
biologie → wetenschap

mus is een soort vogel, net als biologie een soort wetenschap is.
Makkelijk #3
A. stof
B. zin
C. cockpit
D. toetsenbord

Antwoord: D

Uitleg:

Relatie: Het eerste woord is een deel van het tweede (deel-geheel)

tak → boom
toets → toetsenbord

tak is een onderdeel van boom, net als toets een onderdeel van toetsenbord.
Makkelijk #4
A. bloem
B. vis
C. fruit
D. onwetendheid

Antwoord: C

Uitleg:

Relatie: Het eerste woord is een specifiek voorbeeld van het tweede (categorie)

zalm → vis
appel → fruit

zalm is een soort vis, net als appel een soort fruit is.
Makkelijk #5
A. snijden
B. auto
C. bloem
D. stof

Antwoord: D

Uitleg:

Relatie: Het eerste woord is een deel van het tweede (deel-geheel)

vinger → hand
draad → stof

vinger is een onderdeel van hand, net als draad een onderdeel van stof.
Makkelijk #6
A. team
B. klein
C. hand
D. roman

Antwoord: D

Uitleg:

Relatie: Het eerste woord is een deel van het tweede (deel-geheel)

pixel → afbeelding
hoofdstuk → roman

pixel is een onderdeel van afbeelding, net als hoofdstuk een onderdeel van roman.
Makkelijk #7
A. boom
B. toetsenbord
C. melkweg
D. beveiligen

Antwoord: A

Uitleg:

Relatie: Het eerste woord is een deel van het tweede (deel-geheel)

scène → film
tak → boom

scène is een onderdeel van film, net als tak een onderdeel van boom.
Makkelijk #8
A. haat
B. onnozel
C. oud
D. dun

Antwoord: D

Uitleg:

Relatie: Deze woorden hebben tegenovergestelde betekenissen (antoniemen)

snel → langzaam
dik → dun

snel en langzaam zijn tegenstellingen, net als dik en dun.
Makkelijk #9
A. bijstaan
B. reusachtig
C. vredig
D. instrument

Antwoord: C

Uitleg:

Relatie: Deze woorden hebben vergelijkbare betekenissen (synoniemen)

nieuw → modern
rustig → vredig

nieuw en modern betekenen bijna hetzelfde, net als rustig en vredig.
Makkelijk #10
A. donker
B. dood
C. verkopen
D. schrijver

Antwoord: A

Uitleg:

Relatie: Deze woorden hebben tegenovergestelde betekenissen (antoniemen)

links → rechts
licht → donker

links en rechts zijn tegenstellingen, net als licht en donker.

Gemiddeld

Gemiddeld #11
A. bakkerij
B. universiteit
C. knippen
D. atelier

Antwoord: D

Uitleg:

Relatie: Het eerste woord is een werker die op de tweede plek werkt (werker-werkplek)

bakker → bakkerij
kunstenaar → atelier

Een bakker werkt in een bakkerij, net als een kunstenaar in een atelier werkt.
Gemiddeld #12
A. restaurant
B. melodie
C. cockpit
D. boerderij

Antwoord: D

Uitleg:

Relatie: Het eerste woord is een werker die op de tweede plek werkt (werker-werkplek)

mijnwerker → mijn
boer → boerderij

Een mijnwerker werkt in een mijn, net als een boer in een boerderij werkt.
Gemiddeld #13
A. rennen
B. storm
C. heet
D. slecht

Antwoord: B

Uitleg:

Relatie: Het tweede woord is een intensere vorm van het eerste (graad)

glimlach → lach
bries → storm

glimlach is een mildere vorm van lach, net als bries een mildere vorm van storm is.
Gemiddeld #14
A. kledingstuk
B. brood
C. deeg
D. wetenschap

Antwoord: A

Uitleg:

Relatie: Het eerste woord is een gereedschap dat het tweede produceert (gereedschap-product)

beitel → beeldhouwwerk
naald → kledingstuk

beitel produceert beeldhouwwerk, net als naald kledingstuk produceert.
Gemiddeld #15
A. kennis
B. rechtbank
C. afdeling
D. restaurant

Antwoord: C

Uitleg:

Relatie: Het eerste woord is een werker die op de tweede plek werkt (werker-werkplek)

bakker → bakkerij
verpleger → afdeling

Een bakker werkt in een bakkerij, net als een verpleger in een afdeling werkt.
Gemiddeld #16
A. jenever
B. liefde
C. staal
D. programma

Antwoord: C

Uitleg:

Relatie: Het eerste woord is een gereedschap dat het tweede produceert (gereedschap-product)

weefgetouw → stof
hoogoven → staal

weefgetouw produceert stof, net als hoogoven staal produceert.
Gemiddeld #17
A. koud
B. verval
C. dun
D. zacht

Antwoord: C

Uitleg:

Relatie: Deze woorden hebben tegenovergestelde betekenissen (antoniemen)

links → rechts
dik → dun

links en rechts zijn tegenstellingen, net als dik en dun.
Gemiddeld #18
Welk paar heeft een andere relatie dan de andere?
A. ladder → klimmen
B. camera → fotograferen
C. naald → naaien
D. telescoop → observeren
E. verdrietig → verdriet

Antwoord: E

Uitleg:

Vier van de paren delen dezelfde relatie — Het eerste woord wordt gebruikt om de tweede actie uit te voeren (functie):
  • telescoop → observeren
  • naald → naaien
  • ladder → klimmen
  • camera → fotograferen

Het paar verdrietig → verdriet hoort er niet bij omdat het een andere relatie laat zien: De woorden hebben een grammaticale relatie (woordvorm)
Gemiddeld #19
A. lach
B. jenever
C. snikken
D. houden van

Antwoord: C

Uitleg:

Relatie: Het tweede woord is een intensere vorm van het eerste (graad)

tikken → bonken
huilen → snikken

tikken is een mildere vorm van bonken, net als huilen een mildere vorm van snikken is.
Gemiddeld #20
Welk paar heeft een andere relatie dan de andere?
A. kwast → schilderen
B. thermometer → meten
C. naald → naaien
D. weegschaal → gerechtigheid
E. telefoon → bellen

Antwoord: D

Uitleg:

Vier van de paren delen dezelfde relatie — Het eerste woord wordt gebruikt om de tweede actie uit te voeren (functie):
  • telefoon → bellen
  • naald → naaien
  • thermometer → meten
  • kwast → schilderen

Het paar weegschaal → gerechtigheid hoort er niet bij omdat het een andere relatie laat zien: Het eerste woord vertegenwoordigt symbolisch het tweede (symbolisch)

Moeilijk

Moeilijk #21
A. fruit
B. gereedschap
C. beveiligen
D. bestuur

Antwoord: A

Uitleg:

Relatie: Het eerste woord is een specifiek voorbeeld van het tweede (categorie)

tennis → sport
appel → fruit

tennis is een soort sport, net als appel een soort fruit is.
Moeilijk #22
A. gevolg
B. kikker
C. verliezen
D. februari

Antwoord: A

Uitleg:

Relatie: Het eerste woord komt in volgorde vóór het tweede (reeks)

lente → zomer
oorzaak → gevolg

lente komt voor zomer, net als oorzaak voor gevolg.
Moeilijk #23
A. zacht
B. ziekte
C. warmte
D. vermoeidheid

Antwoord: D

Uitleg:

Relatie: Het eerste woord leidt tot of veroorzaakt het tweede (oorzaak-gevolg)

gist → gisting
werk → vermoeidheid

gist leidt tot gisting, net als werk tot vermoeidheid.
Moeilijk #24
A. foto
B. programma
C. hoefijzer
D. donker

Antwoord: C

Uitleg:

Relatie: Het eerste woord is een gereedschap dat het tweede produceert (gereedschap-product)

smederij → zwaard
aambeeld → hoefijzer

smederij produceert zwaard, net als aambeeld hoefijzer produceert.
Moeilijk #25
A. definitief
B. somber
C. starten
D. pienter

Antwoord: B

Uitleg:

Relatie: Deze woorden hebben vergelijkbare betekenissen (synoniemen)

boos → woedend
droevig → somber

boos en woedend betekenen bijna hetzelfde, net als droevig en somber.
Moeilijk #26
A. garen
B. bloem
C. recept
D. roman

Antwoord: B

Uitleg:

Relatie: Het eerste woord is een deel van het tweede (deel-geheel)

hoofdstuk → roman
bloemblad → bloem

hoofdstuk is een onderdeel van roman, net als bloemblad een onderdeel van bloem.
Moeilijk #27
A. foto
B. meten
C. navigeren
D. bakken

Antwoord: C

Uitleg:

Relatie: Het eerste woord wordt gebruikt om de tweede actie uit te voeren (functie)

filter → zuiveren
kompas → navigeren

Een filter wordt gebruikt om te zuiveren, net als een kompas om te navigeren.
Moeilijk #28
A. warmte
B. conditie
C. koud
D. ziekte

Antwoord: A

Uitleg:

Relatie: Het eerste woord leidt tot of veroorzaakt het tweede (oorzaak-gevolg)

virus → ziekte
wrijving → warmte

virus leidt tot ziekte, net als wrijving tot warmte.
Moeilijk #29
Welk paar heeft een andere relatie dan de andere?
A. roos → bloem
B. dag → nacht
C. winnen → verliezen
D. hard → zacht
E. licht → donker

Antwoord: A

Uitleg:

Vier van de paren delen dezelfde relatie — Deze woorden hebben tegenovergestelde betekenissen (antoniemen):
  • winnen → verliezen
  • licht → donker
  • dag → nacht
  • hard → zacht

Het paar roos → bloem hoort er niet bij omdat het een andere relatie laat zien: Het eerste woord is een specifiek voorbeeld van het tweede (categorie)
Moeilijk #30
A. starten
B. afbeelding
C. prachtig
D. krachtig

Antwoord: C

Uitleg:

Relatie: Deze woorden hebben vergelijkbare betekenissen (synoniemen)

nieuw → modern
mooi → prachtig

nieuw en modern betekenen bijna hetzelfde, net als mooi en prachtig.

Veelgestelde Vragen

Woordanalogieën testen uw vermogen om relaties tussen woorden te herkennen. Bij een paar als 'warm : koud' herkent u dezelfde relatie in een ander paar. Veelvoorkomende relaties zijn synoniemen, antoniemen, deel-geheel, oorzaak-gevolg en categorie-lidmaatschap.
Verbale redeneertests worden gebruikt door advocatenkantoren, adviesbureaus, uitgeverijen, PR-bureaus en elke functie die sterke communicatievaardigheden vereist. Testaanbieders zijn onder andere SHL, Korn Ferry, Cubiks en Watson Glaser.
Identificeer eerst de relatie in het gegeven paar voordat u naar de antwoorden kijkt. Veelvoorkomende patronen: synoniemen (vergelijkbare betekenis), antoniemen (tegengesteld), deel-geheel (vinger:hand), graad (warm:heet), functie (pen:schrijven). Oefen het snel herkennen van deze patronen.
Elke analogie wordt procedureel gegenereerd uit zorgvuldig samengestelde databases met woordrelaties. Het systeem selecteert een relatietype (synoniem, antoniem, deel-geheel, oorzaak-gevolg, graad of functie), kiest passende woordparen en genereert afleiders die oppervlakkige overeenkomsten delen maar een andere relatie gebruiken. Dit zorgt ervoor dat elke vraag één correct antwoord heeft en biedt onbeperkte unieke oefenmogelijkheden.