← Terug naar Verbaal Redeneren · Handleidingen
Leren
Een woord vertegenwoordigt een sterkere of zwakkere vorm van hetzelfde concept.
Graadrelaties verbinden woorden die hetzelfde concept in verschillende intensiteiten uitdrukken. Het tweede woord is typisch een extremere versie van het eerste. Deze relatie betreft scalaire bijvoeglijke naamwoorden en werkwoorden waarvan de betekenis langs een continuüm varieert. Beide paren moeten dezelfde richting van intensiteitsverandering tonen.
A < B in intensiteit (B is een sterkere vorm van A)
- warm : heet :: koel : ijskoud
- leuk vinden : houden van :: afkeuren : haten
- moe : uitgeput :: hongerig : uitgehongerd
Zo herkent u het
- Vraag: 'Is B een intensievere versie van A?'
- De woorden moeten hetzelfde basisconcept uitdrukken
- Het intensiteitsverschil moet in beide paren vergelijkbaar zijn
- Overweeg of er een schaal is van mild tot extreem
Veelgemaakte fouten
- Verwarren met synoniemen (synoniemen zijn ongeveer gelijk, de graad verschilt)
- Geen consistente richting handhaven (mild→extreem in beide)
- Niet herkennen dat het onderliggende concept hetzelfde moet zijn